
ATEX, Ex-zones en explosieveilig werken
Op deze pagina leggen we helder uit wat ATEX betekent, hoe explosiegevaarlijke zones worden ingedeeld, welke regels en begrippen belangrijk zijn en waar je als technische dienst op moet letten.
De informatie is bedoeld als praktische basis voor opdrachtgevers, monteurs, werkvoorbereiders, projectleiders en technische managers die te maken krijgen met gas, damp, nevel, stof of waterstof.
Belangrijk uitgangspunt
ATEX-zonering en explosieveiligheidsdocumenten mogen niet op gevoel worden opgesteld. Een correcte beoordeling vraagt om kennis van de aanwezige stoffen, ventilatie, ontstekingsbronnen, bedrijfsvoering, onderhoud en geldende normen.
Deze pagina geeft een duidelijke uitleg, maar vervangt geen officiële ATEX-beoordeling door een deskundige.
Wat is ATEX?
ATEX staat voor ATmosphères EXplosibles. Het gaat om Europese regelgeving voor omgevingen waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan. Zo’n atmosfeer kan bestaan uit brandbaar gas, damp, nevel of stof in combinatie met zuurstof.
Brandbare stof
Gas, damp, nevel of stof die met lucht een explosief mengsel kan vormen.
Zuurstof
Meestal gewoon aanwezig in de lucht rondom installaties, opslag of werkruimtes.
Ontstekingsbron
Bijvoorbeeld vonken, statische elektriciteit, hete oppervlakken, open vuur of mechanische wrijving.
ATEX 114 en ATEX 153
In de praktijk worden twee ATEX-richtlijnen vaak naast elkaar genoemd. De ene gaat over apparatuur, de andere over veilig werken en het beheren van explosierisico’s op de werkplek.
| Richtlijn | Ook bekend als | Waar gaat het over? | Voor wie belangrijk? |
|---|---|---|---|
| 2014/34/EU | ATEX 114 | Apparatuur en beveiligingssystemen voor gebruik in explosieve atmosferen. | Fabrikanten, leveranciers, inkopers en technische diensten. |
| 1999/92/EG | ATEX 153 | Veiligheid van werknemers die kunnen worden blootgesteld aan explosieve atmosferen. | Werkgevers, installatie-eigenaren, HSE, TD en onderhoud. |
Hoe worden Ex-zones opgezet?
Een Ex-zone geeft aan hoe groot de kans is dat een explosieve atmosfeer aanwezig is. Hoe vaker of langer het risico aanwezig is, hoe zwaarder de zone.
Inventariseer de stoffen
Bepaal welke gassen, dampen, nevels of stoffen aanwezig zijn, bijvoorbeeld waterstof, oplosmiddelen, meelstof of suikerstof.
Bepaal vrijkomingsbronnen
Kijk waar stoffen kunnen vrijkomen: tanks, flenzen, vulpunten, appendages, filters, silo’s, leidingen of ontluchtingen.
Beoordeel frequentie en duur
Komt het explosieve mengsel continu voor, regelmatig bij normaal bedrijf of alleen kortstondig bij storing?
Beoordeel ventilatie
Goede ventilatie kan zones beperken. Slechte ventilatie of besloten ruimtes vergroten juist het risico.
Leg de zones vast
Werk de zones uit op tekeningen, inclusief zonegrenzen, bronnen, installatiedelen en relevante risico’s.
Koppel maatregelen
Kies geschikte Ex-apparatuur, onderhoudsmaatregelen, inspecties, werkvergunningen en veiligheidsinstructies.
Gas-, damp- en nevelzones
Zones 0, 1 en 2 worden gebruikt voor brandbare gassen, dampen en nevels.
| Zone | Betekenis | Voorbeeld | Apparatuur |
|---|---|---|---|
| Zone 0 | Explosieve atmosfeer is voortdurend, langdurig of vaak aanwezig. | Binnenzijde van tank of procesvat. | Categorie 1G / EPL Ga |
| Zone 1 | Explosieve atmosfeer kan bij normaal bedrijf af en toe aanwezig zijn. | Rond vulpunten, pompen, appendages of procesopeningen. | Categorie 2G / EPL Gb |
| Zone 2 | Explosieve atmosfeer is normaal niet aanwezig of slechts kortstondig. | Omgeving waar lekkage uitzonderlijk en kortdurend is. | Categorie 3G / EPL Gc |
Stofzones
Zones 20, 21 en 22 worden gebruikt voor explosiegevaar door brandbare stofwolken of stoflagen. Dit komt veel voor in food, veevoer, bulkhandling, houtbewerking, recycling en metaalbewerking.
| Zone | Betekenis | Voorbeeld | Apparatuur |
|---|---|---|---|
| Zone 20 | Explosieve stofatmosfeer is voortdurend, langdurig of vaak aanwezig. | Binnenzijde van silo, filter of transportsysteem. | Categorie 1D / EPL Da |
| Zone 21 | Explosieve stofatmosfeer kan bij normaal bedrijf ontstaan. | Rond overstorten, filters, vulpunten of open productovergangen. | Categorie 2D / EPL Db |
| Zone 22 | Explosieve stofatmosfeer is normaal niet aanwezig of slechts kortstondig. | Gebied waar stof incidenteel kan opwervelen. | Categorie 3D / EPL Dc |
Ex-markeringen begrijpen
Op Ex-apparatuur staat een markering waarmee je kunt zien voor welke omgeving, zone en bescherming het apparaat geschikt is.
II 2G Ex db IIB T4 Gb
II = bovengrondse industrie · 2G = geschikt voor gaszone 1 · Ex = explosieveilig ontwerp · db = drukvaste behuizing · IIB = gasgroep · T4 = maximaal 135 °C oppervlaktetemperatuur · Gb = Equipment Protection Level voor zone 1.
Gasgroepen en stofgroepen
| Groep | Medium | Voorbeelden | Opmerking |
|---|---|---|---|
| IIA | Gas/damp | Propaan, benzinedampen, veel oplosmiddelen. | Laagste gasgroep binnen groep II. |
| IIB | Gas/damp | Ethyleen. | Zwaardere eisen dan IIA. |
| IIC | Gas/damp | Waterstof en acetyleen. | Zwaarste gasgroep. Apparatuur geschikt voor IIC is ook geschikt voor IIB en IIA. |
| IIIA | Stof | Brandbare vezels en vliegende deeltjes. | Bijvoorbeeld vezelachtig materiaal. |
| IIIB | Stof | Niet-geleidend stof. | Bijvoorbeeld meel, suiker of kunststofstof. |
| IIIC | Stof | Geleidend stof. | Bijvoorbeeld metaalstof. Zwaarste stofgroep. |
Temperatuurklassen
Apparatuur in een Ex-zone mag aan de buitenzijde niet warmer worden dan de ontstekingstemperatuur van de aanwezige stof of het gasmengsel.
| Klasse | Maximale oppervlaktetemperatuur | Praktische betekenis |
|---|---|---|
| T1 | 450 °C | Alleen geschikt bij stoffen met hoge ontstekingstemperatuur. |
| T2 | 300 °C | Lager dan T1. |
| T3 | 200 °C | Veel gebruikt bij industriële dampen. |
| T4 | 135 °C | Veel voorkomende eis in Ex-omgevingen. |
| T5 | 100 °C | Strenger dan T4. |
| T6 | 85 °C | Zwaarste temperatuurklasse. |
Veelgebruikte Ex-beschermingswijzen
Ex d
Drukvaste behuizing. Een interne explosie wordt binnen de behuizing gehouden.
Ex e
Verhoogde veiligheid. Constructie voorkomt vonken, slechte verbindingen en hoge temperaturen.
Ex i
Intrinsieke veiligheid. De elektrische energie is te laag om ontsteking te veroorzaken.
Ex p
Overdrukbeveiliging. De behuizing wordt onder druk gehouden met schone lucht of inert gas.
Ex m
Inkapseling. Ontstekingsbronnen zijn volledig ingegoten of omsloten.
Ex t
Bescherming door behuizing. Veel toegepast bij stof-Ex apparatuur.
Afkortingen
| Afkorting | Betekenis | Uitleg |
|---|---|---|
| ATEX | ATmosphères EXplosibles | Europese regelgeving voor explosieve atmosferen. |
| EVD | Explosieveiligheidsdocument | Document waarin risico’s, zones en maatregelen zijn vastgelegd. |
| EPL | Equipment Protection Level | Beschermingsniveau van apparatuur: Ga/Gb/Gc of Da/Db/Dc. |
| LEL | Lower Explosion Limit | Onderste explosiegrens. |
| UEL | Upper Explosion Limit | Bovenste explosiegrens. |
| G | Gas | Markering voor gas, damp of nevel. |
| D | Dust | Markering voor stof. |
| IP | Ingress Protection | Beschermingsgraad tegen stof en water, bijvoorbeeld IP66. |
| LOTO | Lock-out Tag-out | Veiligstellen van energiebronnen vóór werkzaamheden. |
| PBM | Persoonlijke beschermingsmiddelen | Bijvoorbeeld antistatische kleding, schoenen, bril, helm of handschoenen. |
Icoontjes en aanduidingen
Onderstaande symbolen kunnen op de pagina gebruikt worden als visuele ondersteuning. Officiële veiligheidssignalering moet altijd voldoen aan de geldende normen en bedrijfsrichtlijnen.
Praktische aandachtspunten voor de technische dienst
Onderhoud
Gebruik alleen geschikte Ex-onderdelen, wartels, afdichtingen en componenten. Voorkom ongeautoriseerde wijzigingen.
Inspectie
Controleer behuizingen, kabelinvoeren, pakkingen, aarding, bonding, corrosie, beschadiging en certificaatgegevens.
Werkvergunning
Gebruik werkvergunningen bij heet werk, openen van installaties, gasmetingen, slijpen, lassen of tijdelijke werkzaamheden.
ATEX-vraagstuk binnen jouw installatie?
Wij ondersteunen bij technische inventarisatie, praktische maatregelen, onderhoudsstructuur, werkvergunningen, inspectiepunten en het vertalen van ATEX-eisen naar uitvoerbare acties voor de technische dienst.
Neem contact op